Casus: Actueel
Nieuwe spelregels bij schenken en vererven van familiebedrijven
SALDUZ
Salduz richtte zich tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en stelde dat zijn recht op een eerlijk proces werd geschonden doordat hij tijdens het politieverhoor geen bijstand had van een advocaat, waarbij deze verklaringen zoals afgelegd zonder rechtsbijstand en nadien ingetrokken toch als bewijskrachtig werden aanzien.
Het Europees Hof van de Rechten van de Mens oordeelde dat, vanaf het ogenblik van de ondervraging, elke verdachte beroep moet kunnen doen op een advocaat, principe waarvan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen mag worden afgeweken. De rechten van de verdediging worden onherstelbaar aangetast indien belastende verklaringen die zonder het recht van bijstand van een advocaat werden afgelegd als bewijs worden gebruikt.
Nu duidelijk is gesteld, ingevolge het arrest Borremans, dat de Belgische Wetgeving, welke de tussenkomst van een advocaat slechts toelaat na het eerste verhoor bij de Onderzoeksrechter, strijdig is met het E.V.R.M., heeft de magistratuur ingezien dat haar standpunt tot heden, niet langer houdbaar is. Als gevolg hiervan werd beslist met onmiddellijke ingang de tussenkomst van een advocaat te voorzien vanaf het eerste verhoor voor de Onderzoeksrechter.
Dit is een eerste stap in de goede richting, maar nog steeds ruim onvoldoende, gezien het E.V.R.M. de tussenkomst en bijstand van een advocaat vanaf het eerste verhoor (voor de Politie…) voorziet...Wordt ongetwijfeld vervolgd...
Wet op de kansspelen
Bij Wet van 10 januari 2010 werd de Kansspelwet van 7 mei 1999 grondig gewijzigd.
Weddenschappen, mediaspelen en kansspelen via het internet worden voortaan ook vergund op grond van de Kansspelwet. Daarnaast wordt de bescherming van de speler uitgebreid en verdwijnt de nietigheid van alle contracten m.b.t. vergunde kansspelen.
Ook het populaire pokeren via internet wordt in België aanzien als kansspel.
De wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van ondernemingen
Op 15 januari 2009 keurde de Kamer van Volksvertegenwoordigers de wet betreffende de continuïteit van ondernemingen en de wet houdende wijziging van het Gerechtelijk Wetboek m.b.t. de continuïteit van de ondernemingen goed. Op 1 april 2009 heeft de Wet op het Gerechtelijk Akkoord plaatsgemaakt voor de Wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van ondernemingen. Deze wet introduceert een nieuw wettelijk kader, waarin de nadruk ligt op het behoud van de continuïteit. De wetgever wil op deze manier met een schone lei starten na de tegengevallende resultaten van de bestaande regeling van het gerechtelijk akkoord. Het succes van het gerechtelijk akkoord bleef steeds ondermaats. Vele gerechtelijke akkoorden mondden vrijwel onmiddellijk uit in een faillissement. Met de nieuwe wetgeving wenst de wetgever een nieuwe richting in te slaan, weliswaar in dezelfde lijn van het gerechtelijk akkoord, maar met nog meer de nadruk op de continuïteit van de onderneming in kwestie.
Wet van 19 maart 2010 ter bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdrage voor hun kinderen
De wet van 19 maart 2010 ter bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdrage voor hun kinderen is niet de wet geworden die oorspronkelijk werd beoogd.
De wet voert geen mathematische, uniforme begrotingsmethode voor onderhoudsbijdragen in. Wel legt de wet in hoofdzaak aan de rechter die de onderhoudsbijdrage bepaalt een strikte motiveringsplicht op: de rechter zal in zijn uitspraak uit de doeken moeten doen waarom hij tot een welbepaald bedrag besluit.
De wet treedt in werking op 1.08.2010.
